De grond van het huidige stadsdeel Bosch en Lommer werd in 1921 geannexeerd door Amsterdam. Tot 1921 viel het gebied onder de gemeente Sloten. De Slotenaren waren furieus maar de tweede Kamer besliste hier uiteindelijk over.

De twee karakteristieke gebouwen die rond 1925 de entree naar de stad markeren op de kruising Hoofdweg-Jan van Galenstraat zijn door Wijdeveld gebouwd en worden in de volksmond de billen van Wijdeveld genoemd.


Een deel van de Orteliusstraat is ontworpen door de eerste vrouwelijke Nederlandse architect: Margaret Staal-Kropholler. Het is het blok met de uitstekende erkers die uitlopen op sierlijk gevormde waterspuwers, tussen de Jan van Galen en de Jan Evertsenstraat.


Het standbeeld aan de Hoofdweg 'de jonge en oude arbeider' is van Han Wezelaar, een leerling van Zadkine. In 1956 krijg hij de opdracht om de zelfbewuste strijdvaardige houding van de vakbeweging te verbeelden.

Het huidige Mozaïek was een Gereformeerde kerk, de Pniëlkerk. Deze was 1954 gebouwd en kreeg als bijnaam Het Theelichtje.


Er was een ronde van de Orteliusstraat. Deze werd georganiseerd door de wielervereniging Olympia en de speeltuinverenigingen. Hier kwam de top van de wielersport aan de start. De eerste was in 1949.


De buurt is ook in gedichten vereeuwigd:

Bijvoorbeeld Guus Luijters:

Herinner je de Jan van Galen

Met zijn gracht van Admiralen

De ginkgo's in de Vespucci

En Titia van tante Lucie

Titia heeft zich verhangen

Op een kamer boven de Lommerd

En geen bocht is zo krom

Als de Krommerdt

Of K. Schippers in het ABC op de Hoofdweg:

Eens zal er sneeuw op liggen

Of de regen klettert er tegen

De wind giert erlangs. Zie je

Hoe hard de A wegrent voor het weer?

Met zevenmijlslaarzen over de Hoofdweg.

Het weekblad de Opgang schrijft in september 1925 over de nieuwe wijk in West: Er is daar een Hoofdweg, zoo prachtig ruimt, zoo blij-open, zoo licht als nergens in de hoofdstad.


Tekst: Annelies van Aller

Bron: Ton Heijdra, Bos en Lommer en de Baarsjes. De geschiedenis van Amsterdam-West. Alkmaar 2004